Home » NS Gein en Vecht

Afstand: 14,1 km
Categorie: NS Wandelingen

NS Gein en Vecht

De NS Gein en Vecht is een gematigde, gezinsvriendelijke wandeling van 14,1 km (2 uur 49 minuten) tussen de treinstations Abcoude en Weesp.

De wandelroute en het GPX-bestand zijn gratis te gebruiken en te downloaden. Deze website gebruikt geen cookies of tracking, zodat wandelaars kunnen wandelen met de vrijheid om niet gevolgd te worden!

Routebeschrijving

Gein

Het Gein is een riviertje van ongeveer 6 km lengte tussen Driemond en Abcoude. Het verbindt de Gaasp en Smal Weesp met de Angstel, en loopt ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal geheel binnen de grenzen van Abcoude, sinds 1 januari 2011 gemeente de Ronde Venen. Tot 1 augustus 1966 lag het oostelijk deel, voorbij de Velterslaan, echter in de voormalige gemeente Weesperkarspel en van 1966-1989 in de gemeente Amsterdam. Het gedeelte binnen Abcoude tot de Angstel heet, omdat het daar erg smal is, het Nauwe Gein waar de Brug Nauwe Gein het Kerkplein met de Hoogstraat verbindt.

Langs beide oevers van het Gein loopt een weg, namelijk Gein-Noord en Gein-Zuid; beide hebben tweerichtingsverkeer. Ter hoogte van Abcoude is onder het Gein het Rien Nouwen Aquaduct gebouwd voor de spoorlijn Amsterdam-Utrecht, ter vervanging van de hefbrug. Daarnaast is een voetgangers- en fietsersbrug gebouwd genaamd “Jan Swinkelsbrug”. Verder naar het oosten is er nog de Wilhelminabrug, een fiets- en voetgangersbruggetje nabij de Velterslaan die het Gein met de Kanaaldijk-West van het Amsterdam-Rijnkanaal verbindt en via de Liniebrug met de Korte Velterslaan in Nigtevecht.

Evenwijdig aan de Ruwelswal en de Hollandse Kade loopt een fietspad dat van het Gein-Noord langs de Gaasperzoom en de woonwijk Gaasperdam in Amsterdam-Zuidoost naar het recreatiegebied De Hoge Dijk tot de Abcouderstraatweg ter hoogte van het Abcoudermeer. Bij Driemond kruist de Provinciale weg 236 met een brug het Gein waar Gein en Gaasp samenkomen.

Het Gein loopt door de Stelling van Amsterdam en vormt daar een onderdeel van. Ook staan er de molens Oostzijdse Molen en Broekzijder Molen en verschillende monumentale boerderijen waaronder ook een kaasboerderij. Een aantal daarvan hebben toebehoord aan de Amsterdamse Adel.

De wijk Gein (de meest zuidoostelijke wijk van Amsterdam) en het metrostation Gein van de lijnen 50 en 54 zijn genoemd naar dit riviertje.

Rond 1905 werd het riviertje en zijn omgeving regelmatig geschilderd door Piet Mondriaan.

Fort bij Nigtevecht

Het Fort bij Nigtevecht is een fort van de Stelling van Amsterdam. Het is gelegen in de Utrechtse gemeente De Ronde Venen op de westoever van het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van de Velterslaan tegenover Nigtevecht. Het staat ook lokaal bekend als het Knakenfort. Alhoewel het fort de naam van Nigtevecht heeft is het vanuit die plaats sinds 1968 slechts met een omweg via de Weesperbrug of Loenerslootsebrug bereikbaar. Sinds 3 augustus 2018 is het door de opening van de Liniebrug voor fietsers en voetgangers echter weer rechtstreeks vanuit Nigtevecht bereikbaar.

Ligging en functie

Het fort had als doel het beschermen van de sluis tussen de Vecht en het Merwedekanaal (thans Amsterdam-Rijnkanaal), en van de 500 meter zuidelijk gelegen inlatingspunt van de Vechtwaterleiding ten zuidoosten van het fort. Achter het fort ligt de Liniewal Geindijk-Nigtevecht naar het riviertje het Gein. Vanuit de linker keelkazemat kon het terrein van de Aetsveldse polder richting Weesp worden bestreken en de rechter keelkazemat hielp het voorterrein van Fort bij Abcoude verdedigen.

Ten zuidwesten van het fort ligt Fort bij Abcoude, het eerste fort van de Stelling en nog opgetrokken uit baksteen; ten noordoosten ligt Fort bij Hinderdam, een ouder fort, dat deel uitmaakte van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Volgens de militaire bevelstructuur behoorde het fort tot de sector Ouderkerk, groep Abcoude, vak Nigtevecht.

Bouw

In 1889 werd het aardwerk van het fort aangelegd. Het veen ter plaatse afgegraven. In de plaats hiervan kwam zand dat boven het maaiveld uitstak. Het gewicht deed het zand inklinken en zo werd een stevige basis verkregen voor de gebouwen. In 1893 werd het zand afgraven tot een verdedigbaar aardwerk met opstelplaatsen voor kanonnen. De kanonnen werden gestald in de genieloods.

Het fort model A was in 1904 voltooid. De bomvrije ruimten bestond uit een langgerekt betonnen hoofdgebouw met verblijven voor de manschappen, twee keelkazematten en in de frontwal twee geschutskoepels (zogenaamde hefkoepels), en dit alles omgeven door een gracht. De gracht aan de voorzijde is ongeveer 50 meter breed. Buiten het eigenlijke fort bevonden zich een directiewoning, een opzichterswoning, en een bergloods. De beide woningen werden gebouwd van baksteen, de bergloods van hout.

Bouwdetails

Voor de bouw van het fort werden zo’n 1900 heipalen van gemiddeld 8 meter lang in de grond geslagen. De muur aan de frontzijde is gemaakt van 1,5 meter dik beton en de binnenmuren en de muur aan de keelzijde zijn 1 meter dik. De ruimten in het fort zijn gewelfd. Bij de zijmuren is de hoogte 2,0 meter en in het midden is de hoogte 2,75 meter. Het gebouw is zo’n 4,6 meter hoog waardoor het dak een maximale dikte heeft van bijna 2 meter. Het dak is niet egaal vlak, het loopt af naar de voormuur en hier zijn waterafvoeren. Op het gebied van de persoonlijke hygiëne waren de forten goed uitgerust. In het fort wordt het regenwater opgevangen in druipkokers en via een afvoerleiding naar een van de twee waterreservoirs onder de vloer geleid. De grootste drinkwaterkelder ligt onder de vloer van de poterne. De bemanning van het fort had hiermee voldoende water om een lange periode van bezetting vol te houden. In het fort zijn zes pompen geïnstalleerd, waarvan een buiten, om het water uit de reservoirs te halen. Er is een overloop om het overtollige water van de reservoirs naar de gracht af te voeren.

In het bomvrije gebouw zijn slaapverblijven, een keuken, een kantine, twee waslokalen, een ziekenverblijf en een telegraafruimte. Het fort telde een bezetting van ongeveer 300 man. In ieder slaapvertrek sliepen 24 tot 36 man, op strozakken in stapelbedden. Aan de muren en plafonds hingen houten planken aan beugels. In de muur aan de keelzijde zijn er per ruimte een deur, twee ramen en twee luchtroosters. De grote opening is 1 meter breed en 2,75 meter hoog en is afgesloten met een houten deur, al dan niet met glas, en bovenlicht. Aan beide zijden van de deur zijn openslaande ramen van 85 cm hoog en 65 cm breed. In oorlogstijden werden deze openingen afgesloten met ijzeren platen. In deze draaibare platen voor de ramen en deuren zitten schietgaten met een diameter van 10 cm. Onder de ramen zitten luchtroosters. Aan de buitenzijde hangen ijzeren platen voor de roosters die in normale omstandigheden voldoende lucht doorlaten voor de ventilatie. In geval het fort wordt beschoten en granaten dichtbij inslaan, worden de platen aan de buitenzijde door de overdruk van een explosie naar binnen gedrukt. Hiermee wordt de luchttoevoer geblokkeerd en dit voorkomt dat de overdruk als gevolg van de explosie het fort binnendringt. Is de buitendruk weer normaal, dan vallen de kleppen open en herstart de ventilatie. In het dak van de ruimten zitten ook gaten voor de luchtcirculatie. Op het dak staan schoorstenen van zo’n 50 cm hoog. Het dak werd ook afgedekt met zand tot de rand van de schoorsteen.

In het hoofdgebouw zijn twee wasruimten. Hier staan waterpompen en waterbakken om te wassen. Buiten het fort aan de uiteinden van het hoofd- en frontgebouw zijn privaten voor de soldaten. Voor de (onder)officieren waren in het gebouw privaten. Voor de verlichting werden petroleumlampen gebruikt waarvoor nissen in de muren waren uitgespaard.

De poterne verbond het hoofdgebouw met het frontgebouw. Het was ook de grootste ruimte in het fort en werd gebruikt als appelplaats. Hier zijn ook twee grote buitendeuren die toegang gaven tot de terreplein en de hefkoepelgebouwen. Aan de voorzijde van de gebouwen werd een aarddekking van enkele meters dik aangebracht als extra bescherming tegen vijandelijke granaten.

Bewapening

Elke keelkazemat was bewapenend met twee snelvuurkanonnen voor groot-flankementsvuur, een 6 cm-kanon voor de verdediging van de achterzijde van het fort en twee mitrailleurs van het type Gardner M’90 voor de verdediging van de keelzijde van het fort. In het beide hefkoepelgebouwen was een 360 graden draaibaar 6 cm-snelvuurkanon geïnstalleerd. In de genieloods werden kanonnen opgeslagen voor de nevenbatterij in de liniewal achter het fort.

Gebruik

Het fort heeft nooit strijd gekend maar is tijdens de Eerste Wereldoorlog wel gemobiliseerd. De hefkoepels zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters verwijderd waarna zij het staal gebruikten voor hun oorlogsindustrie. De hefkoepelgebouwen zijn niet opgeblazen om het staal te verwijderen en dit is een van de weinige forten van de Stelling, waaronder ook Fort bij Aalsmeer, waar deze gebouwen nog intact zijn. Tijdens de oorlog deed het fort dienst als opslagplaats van goederen en waarschijnlijk ook van munitie. Door de ligging aan het Amsterdam-Rijnkanaal kon alles wat de Duitsers hadden geroofd relatief eenvoudig met binnenvaartschepen naar Duitsland worden afgevoerd.

Na de oorlog zijn explosieven van de landmacht in het fort opgeslagen. In 1959 is de status van het fort als vestingwerk opgeheven. Het is ook nog tot 1982 gebruikt door de Rijksmunt voor de opslag van metaal voor de productie van muntgeld en heeft hiermee de bijnaam “Knakenfort” overgehouden. De brug is vervangen door een dam in de gracht vanwege de zware vrachtwagens met geld.

Sinds 1987 is het fort plus het omliggende terrein van 17 hectare in bezit van de Vereniging Natuurmonumenten. In 2001-2006 is het fort opgeknapt door Stichting Herstelling, waarbij onder meer de bitumenlaag op het dak werd vernieuwd. Op 22 augustus 2002 bracht koningin Beatrix, vergezeld van burgemeester Cohen van Amsterdam, een onverwacht bezoek aan het fort en de medewerkers van Stichting Herstelling.

In het fort is een kleine gedenktuin en een bescheiden horeca gelegenheid.

Nigtevecht

Nigtevecht is een dorp aan de Vecht in het uiterste noordwesten van de Nederlandse provincie Utrecht, behorend tot de gemeente Stichtse Vecht. Het dorp heeft 1.565 inwoners (2020). Tot 1989 vormde het een afzonderlijke gemeente. In 1989 ging de gemeente Nigtevecht op in de gemeente Loenen, om vervolgens in 2011 op te gaan in de fusiegemeente Stichtse Vecht.

Geschiedenis

Nigtevecht werd in 1281 voor het eerst genoemd. Het was oorspronkelijk een langgerekt dorp op een rivierduin langs de linkeroever van de slingerende Vecht. Tegenwoordig heeft het een dorpskom in een bocht van de rivier. Aan deze ligging dankt Nigtevecht ook zijn naam, het is een verbastering van ‘Niftervecht’, “aan de Vecht”.

Nigtevecht lag tijdens de Franse Oorlog in 1672 aan de Franse kant van de waterlinie, en werd nagenoeg geheel vernietigd door de Franse troepen. Alleen de kerktoren is bewaard gebleven.

Nabij het dorp, maar daarvan gescheiden door het Amsterdam-Rijnkanaal (en de gemeentegrens met de Ronde Venen), bevindt zich het Fort bij Nigtevecht. Het maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam en werd gebouwd tussen 1888 en 1903.

De Velterslaan, de verbinding tussen het Gein en Nigtevecht, werd na de aanleg van het Merwedekanaal in 1892, tegenwoordig het Amsterdam-Rijnkanaal, doorbroken. Het korte overblijvende stuk in Nigtevecht heet sindsdien Korte Velterslaan. Op 3 augustus 2018 werd de Liniebrug, een fiets- en voetgangersbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal, ingebruik genomen waarmee de Velterslaan en de Korte Velterslaan na meer dan 50 jaar weer met elkaar verbonden zijn sinds de opheffing van het pontveer in 1968, zij het niet in rechte lijn. Deze brug vormt sindsdien een verbindende schakel in het recreatieve fietspadennetwerk en vormt tevens een snellere verbinding tussen Nigtevecht en Amsterdam-Zuidoost en Abcoude. In samenhang hiermee kwam er een faunatunnel onder de Kanaaldijk-Oost om dieren die het kanaal zwemmend willen oversteken op een veilige manier de autoweg te laten kruisen.

De Dorpsstraat van Nigtevecht is een beschermd dorpsgezicht. De hervormde kerk van Nigtevecht dateert uit de 13de eeuw. De rooms-katholieken van Nigtevecht vallen onder de parochie van het aan de overkant van de Vecht (tevens provinciegrens) gelegen Nederhorst den Berg. Een fietsveer onderhoudt een verbinding tussen beide dorpen en vormt daarmee ook een populaire fietsroute.

In Nigtevecht staat een poldermolen, de Garstenmolen, een achtkante grondzeiler uit 1876.

Aan de Vreelandseweg is de voetbalclub DOB gevestigd, wat een afkorting is van Door Oefening Beter. De club is in 1947 opgericht.

Sluizen in Nigtevecht

Nigtevecht ligt in een bocht van de rivier de Vecht. Langs het dorp loopt ook het Amsterdam-Rijnkanaal, wat als Merwedekanaal in 1892 werd geopend voor het scheepvaartverkeer. Sindsdien is de Vecht door middel van twee schutsluizen ten westen van Nigtevecht verbonden met het kanaal.

Er zijn twee parallel gelegen schutsluizen gebouwd. Van de grote sluis is de sluiskom ongeveer 110 meter lang en 35 meter breed; de doorvaartwijdte is circa 12,5 meter. Deze sluis is nog in gebruik maar staat overwegend open. De kleine sluis was, inclusief de hoofden, ongeveer 60 meter lang en 6 meter breed. Deze sluis is niet meer functioneel; het zuidelijke hoofd is dicht en in het noordelijke hoofd ontbreken de puntdeuren.

Vanuit een militair oogpunt was dit mogelijk ook interessant, het Merwedekanaal zou extra water kunnen aanvoeren voor de inundatie van het gebied. Op meerdere plaatsen langs het kanaal zijn daarvoor verbindingen gemaakt. Gezien de richting en type schutdeuren en het overwegend hoge Vechtwater wordt de militaire functie van de sluizen echter betwijfeld. In een niet voltooid manuscript van een studie door H.C.J. Meys, 1e Luitenant der Infanterie, Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda uit 1903 wordt het inundatieproces beschreven. Aan de sluizen in Nigtevecht wordt daarin geen rol toebedeeld.

Vecht

De Vecht, ter onderscheiding van de Overijsselse Vecht soms ook als Utrechtse Vecht aangeduid, is een Nederlandse rivier die door de provincies Utrecht en Noord-Holland loopt. De Vecht begint bij de Weerdsluis in de stad Utrecht en mondt zo’n 42 kilometer verder bij Muiden uit in het IJmeer. Onderweg stroomt de Vecht onder andere langs de plaatsen Maarssen, Breukelen, Loenen en Weesp.

In 1996 is het beheer en onderhoud van de Vecht door het Rijk overgedragen aan het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. In de Vecht is ten zuiden van Muiden tussen 2014 en 2016 het aquaduct Vechtzicht gerealiseerd. Hiermee wordt de rijksweg A1 onder de rivier door geleid.

Geschiedenis

De Vecht ontstond rond 600 v.Chr. als deel van de Rijndelta en bovenloop van het Oer-IJ.

In de Romeinse tijd was de rivier bekend onder de naam Fectio. Het meest zuidelijke stroomgebied kenmerkte zich door de afsplitsing van de Vecht van de toenmalige Rijn ter hoogte van het Romeinse fort Fectio. Die splitsing verschoof in de loop der tijd enkele kilometers noordelijker richting of wellicht zelfs bij het fort Traiectum. Naast dat fort woonde inheemse bevolking. Duidelijke archeologische sporen van bewoning in het stroomgebied daar noordelijk van ontbreken maar aangenomen wordt dat de oeverwallen en stroomruggronden wel bewoond waren.

Na het vertrek van de Romeinen rond 270 n.Chr. volgen ongeveer vier eeuwen waarin sporen van mensen ontbreken. Gaandeweg werd ook door de uitbreiding van het Flevomeer de directe verbinding met het IJ verbroken en mondde de Vecht in dit meer, later de Zuiderzee.

De rivier was vanaf 866 tot aan Muiden in eigendom van de Sint-Martinuskerk in Utrecht. De boorden van de Vecht vielen rond dat jaartal voor een aanzienlijk deel in de gouw Nifterlake. In 1285 veroverde Floris V van Holland Muiden en Weesp op Sticht Utrecht. Het recht van de bisschop van Utrecht op de Vecht werd beperkt tot Hinderdam, iets ten noorden van de plaats Nigtevecht. De rivier stond toen niet meer in open verbinding met de Zuiderzee. Bij Breukelen was de Otterspoorsluis aangelegd, zo is gebleken uit een schouwbrief uit 1323 van bisschop Jan van Diest. Ten noorden van de Otterspoorsluis hadden de bewoners nog veel last van de Zuiderzee, de dijken moesten worden verhoogd en goed worden onderhouden wat een dure aangelegenheid was.

In 1437 kwamen Utrecht en Holland overeen een nieuwe sluis en dam aan te leggen bij Fort Hinderdam en de Otterspoorsluis af te breken. Op 13 april 1673 besloot Holland nieuwe zeesluizen aan te leggen bij de monding van de Vecht in de Zuiderzee bij Muiden. Al een eeuw was dit een vurige wens van Holland, maar Utrecht stemde hier niet mee in. In 1672-’73 was Utrecht bezet door de Fransen en Holland zag de kans om de plannen ten uitvoer te brengen.

In de Middeleeuwen was de Vecht een zeer belangrijke scheepvaartverbinding tussen (de voorloper van) de Zuiderzee, vanwaar Noord-Europa bereikt kon worden, en de Rijn, die onder andere toegang gaf tot wat nu Duitsland heet. Dorestad en later de stad Utrecht hadden hier hun economische bloei aan te danken. (Kleine) delen van de Vecht zijn vanaf de Middeleeuwen gekanaliseerd en/of doorgestoken.

Tot de kastelen die om strategische redenen aan de Vecht werden gebouwd behoren Kasteel Nijenrode en het Muiderslot. De rivier maakte ook deel uit van de Hollandse Waterlinie.

In de 17e eeuw, de Gouden Eeuw, lieten succesvolle Amsterdamse handelaren langs de Vecht buitenplaatsen bouwen of verbouwen. Veel ervan zijn tijdens de economische malaise aan het begin van de 19e eeuw verkocht en gesloopt, maar bijvoorbeeld Gunterstein in Breukelen en Goudestein in Maarssen bestaan nog.

Vanaf de Middeleeuwen verrezen er vanaf de langs de rivier grote productielocaties van baksteen en aardewerk. Turf en klei als grondstoffen waren er eenvoudig beschikbaar. Een vroege productielocatie was de Bemuurde Weerd. Later verrezen tal van steenfabrieken langs de rivier en deze vormden menigmaal een geldbelegging naast een buitenhuis. De productie werd deels ingezet in de 17e-eeuwse uitbreiding van Amsterdam. Gaandeweg de 20e eeuw sloot de laatste steenfabriek langs de Vecht. Alleen Vecht en Rhijn ontkwam aan de sloophamer.

Stroomrichting

De Vecht is een van de weinige rivieren waarbij het water soms (gedeeltelijk) de rivier óp stroomt, doordat het water in het IJsselmeer aanzienlijk hoger staat dan dat van de Vecht bij de sluis in Muiden. Alleen bij heel hevige regen stroomt de rivier naar de monding toe.

Ter hoogte van Nigtevecht wordt gezuiverd rioolwater van de vier installaties die de Vecht vanaf Utrecht telt, in het Amsterdam-Rijnkanaal geloosd. Het water dat vanuit Muiden komt, geeft op deze plaats de nodige tegendruk.

Volgens sommigen is het onbetaalbaar om de stroomrichting volledig in de oorspronkelijke staat terug te brengen, onder meer omdat de dijken langs de Vecht verhoogd zouden moeten worden. Volgens anderen wordt de waterhoeveelheid volledig via sluizen beheerst.

Bij Maarssen ligt een oude schutsluis die de rivier met het Amsterdam-Rijnkanaal verbindt. Ook bij Nigtevecht staat de Vecht in verbinding met dit kanaal. Via Smal Weesp, een riviertje door Weesp, en het Amsterdam-Rijnkanaal is de Vecht verbonden met het Gein. Verder is er ter hoogte van Nederhorst den Berg door middel van sluis ’t Hemeltje een verbinding met het Hilversums Kanaal.

In opdracht van de gemeente Stichtse Vecht vaart tussen Nigtevecht en Nederhorst den Berg ten behoeve van fietsers en voetgangers het motorveer “Kantje boord”. (alleen overdag).

Sinds de aanleg van het Merwedekanaal in 1892, sinds 1952 Amsterdam-Rijnkanaal, maakt de commerciële scheepvaart gebruik van dit kanaal dat ruwweg parallel loopt aan de Vecht.

Meer informatie

  • De route op de website van Wandelnet. U kunt er ook een afdrukbare routebeschrijving en kaart van downloaden.
  • De route op de website van de NS.

Bronnen

De NS Wandeling Gein en Vecht is gebaseerd op de door Wandelnet aangeleverde route. Het WandelROOTS! GPX-bestand kan na het lopen van de route kleine aanpassingen hebben aan het originele wandelpad. Deze pagina maakt gebruik van informatie van Wikipedia.org over het Gein, Fort Bij Nigtevecht, Nigtevecht en de Vecht onder een vergelijkbare Creative Commons-licentie die wordt gebruikt door WandelROOTS!

Wandelkaart en GPS

Download het NS Gein en Vecht GPX wandelroute en importeer dit in uw mobiele telefoon of GPS-apparaat. Onze GPX-bestanden zijn compatibel met de GPX 1.1-standaard en werken met apps zoals OSMAnd, Topo GPS, Wikiloc en Maps 3D Pro. Lees meer over onze GPX-bestanden. We raden je aan om je mobiele telefoon zo min mogelijk te gebruiken! TIP: bestudeer de route ruim voordat je vertrekt!

Vrij Wandelen

Onze website en GPX-downloads zijn gratis en alle inhoud op deze site wordt geleverd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal (CC BY-SA 4.0) licentie. Dit betekent dat het u vrij staat om de inhoud te kopiëren, te delen en aan te passen, maar we vragen u een link naar het originele werk te verstrekken en het onder dezelfde licentie te delen. Sharing is caring!

Wij vinden dat wandelen vrij moet zijn en dat u niet door derden moet worden gevolgd als u gaat lopen. Onze website gebruikt geen cookies en registreert of volgt u niet door uw privégegevens naar diensten van derden te sturen. Vrij wandelen!

Meer NS Wandelingen

Hieronder staan nog enkele NS-wandelroutes. Deze routes zijn mogelijk niet geschikt voor rolstoelen en kinderwagens. Jonge kinderen vinden ze misschien een uitdaging, maar onderschat uw kinderen niet! Zo’n wandeling afmaken is een beloning op zich en een herinnering die voor altijd blijft bestaan.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *